Ik vroeg me openlijk op social media af waarom ik als Stadsdichter gevraagd wordt onbetaald zitting te nemen in de jury van Kunstbende en de Verkiezing Campusdichter, georganiseerd door resp. Cultuur Oost en de Radboud Universiteit. Ik ben hiermee iets gestart waar ik eigenlijk geen voorstander van ben, nl een discussie op social media. Ik ben er geen voorstander van omdat het gesprek vaak onzorgvuldig wordt gevoerd. Dat is hiervan in elk geval niet mijn bedoeling. Dit is wat ik schreef:

Heidi Koren zoekt iemand die haar in fatsoenlijke bewoordingen en het liefst live op beeld met camera kan uitleggen waarom ze als stadsdichter gevraagd wordt om in twee jury’s plaats te nemen namelijk #dekunstbende en #decampusdichter van respectievelijk #Gelderland en #Nijmegen en er in beide gevallen géén budget beschikbaar is. Ze wil het echt graag begrijpen maar krijgt als antwoord dat het moeilijke tijden zijn en dat er geen budget beschikbaar is, maar waaróm dan niet #Cultuuroost en #Radbouduniversiteit?? Ze snapt heus wel dat ze zich met deze post niet bijzonder geliefd maakt en dat nu wel helemaal niemand meer zal aankloppen met klussen maar ze vindt het ook wel een beetje welletjes #voornietsgaatdezonop #fairpractisecode

Toegegeven: mijn post ontstond uit frustratie en verdriet, maar de intentie was en is nog steeds om iets open te breken.

Een programmamaker van de Bibliotheek, die ik bijzonder graag mag en hoog heb zitten (ook na deze discussie) antwoordde als volgt:

Een jury functie als deze kost je één avond. Het draait om projecten waar geen budget is. Ook niet in betere tijden. Er is zelfs geen geldprijs. Het gaat allemaal om talentontwikkeling. Jij wordt gevraagd vanuit jouw functie als stadsdichter. Daarvoor krijg je al een vergoeding. Geen grote weliswaar, maar hij is er. Natuurlijk mag je dit weigeren, dat is je goed recht. Maar het is niet alsof je gevraagd wordt om een schrijfopdracht gratis te doen omdat het zo goed is voor je CV. Dit heeft te maken met een culturele infrastructuur die soms van iemand vraagt om één avond jonge mensen verder te helpen, zoals jij ook ooit hulp hebt gehad.

Ik wil mijn standpunt graag nader toelichten:

De tijdsinvestering die je doet als jurylid is zeer divers; soms lees je zeventig inzendingen zorgvuldig en ga je daarover uitgebreid in gesprek met je medejuryleden. Soms luister je naar een tiental voordrachten en ga je daarover in gesprek met je medejuryleden. Dan volgt er meestal nog een prijsuitreiking. Dat het slechts een avond kost, heb ik echter nog nooit meegemaakt.

Je zegt dat het draait om projecten waar geen geld voor is. Dat is exáct mijn punt. Waaróm is er geen geld voor? Even voor de duidelijkheid: ik heb het niet over álle juryklusjes, maar in dit geval gaat het om Cultuur Oost en de Radboud Universiteit. Misschien heb ik het mis, maar daar moet toch geld vrij gemaakt kunnen worden voor zoiets belangrijks als talentbevordering?

Voor mijn functie als Stadsdichter ontvang ik € 1000,- per jaar. Dat geld komt van het SLAN, waarin alleen maar culturele partijen zitten. Bij geen van die partijen klotst het geld tegen de plinten op. Ik zeg dit omdat het beeld heerst dat ik als Stadsdichter wordt betaald door de Gemeente Nijmegen. Dat is dus niet het geval. Voor die € 1000,- schrijf ik minstens zes gedichten, daarnaast zal ik bij iedere eenzame uitvaart aanwezig zijn en voor de overledene ook een gedicht schrijven. Een gedicht schrijven is een dag werk. Ik ben zelfstandig ondernemer.

Ik help bijzonder graag jonge mensen vooruit omdat ik heel erg goed weet dat je als beginner ieder zetje goed kunt gebruiken. Ik heb zelf ook meegedaan aan schrijfwedstrijden en ben bijzonder blij dat ze bestaan. Ik heb ook € 10.000,-  geïnvesteerd in een opleiding (De Schrijversvakschool) en heb jaren op het minimum geleefd om te kunnen schrijven. Een keuze die ik met mijn volle verstand heb gemaakt en waar ik nog steeds erg blij mee ben.

Ik ben Stadsdichter van Nijmegen, een titel waar ik bijzonder trots op ben. Naast stadsdichter ben ik moeder, schrijver en docent. In het weekend heb ik een poetsbaantje om een extraatje te verdienen zodat er altijd wat geld in huis is. ’s Avonds studeer ik. Ik ben bijzonder gelukkig met mijn leven en zou met niemand willen ruilen.

De zzp-er in de culturele sector is veelal kunstenaar. Ik ken geen enkele kunstenaar bij wie het is komen aanwaaien. Ik ken er slechts die er keihard voor hebben moeten werken en die blij zijn als ze een bestaansrecht hebben kunnen verwerven met het werk dat ze doen. Wij hebben de culturele organisaties nodig om voor ons te gaan staan. We hebben nodig dat zij niet alleen herhalen dat we van belang zijn maar willen dat ze voorgaan in die waardering. We hebben nodig dat ze tot in hun bot voelen dat je geen kunstenaar kunt vragen om ook maar íets voor niets te doen omdat je begrijpt dat er geen back up ís. Dít is wat we doen en de expertise die we daarmee hebben opgebouwd ís ons werk. Daarnaast wordt er al heel erg veel voor niets gedaan omdat we inderdaad de beginners graag op gang helpen, maar dan wel graag op onze eigen manier.