Tijdens het jaarlijkse Voordrachtfestival dat al twintig jaar plaatsvindt in De Lindenberg in Nijmegen krijgen jongeren de kans om hun kunstzinnige interpretatie te geven van een literaire tekst en dat is niet alleen heel tof maar vooral ook heel erg belangrijk.

Wanneer je je interesseert voor taal en de wijze waarop wij met het vak taal omgaan in het onderwijs, wordt je momenteel dagelijks geconfronteerd met onthutsende stukken over dit onderwerp. Zo schrijft leerkracht Onno Visser vorige week in Het Parool over de commerciële belangen van uitgeverijen en wat dit voor effect heeft op de lesmethoden die worden gebruikt. Schooleider Michelle van Dijk pleit in het vakbondtijdschrift AOB voor meer eigenaarschap bij de docenten Nederlands omdat “de ziel uit het vak is gehaald” (2024).

Wanneer je al aardig thuis bent in het onderwerp kun je niet anders dan achterover vallen van verbazing over het feit dat het probleem van achteruitgang in de lees-en schrijfvaardigheden van onze leerlingen al zó lang speelt, dat eígenlijk de redenen al knap lang bekend zijn, en dat het ons toch zo lang kost om daar verandering in aan te brengen.

Jaarlijks brengt de Inspectie van het onderwijs in Nederland De staat van het onderwijs uit. In het deelrapport De staat van het primair onderwijs 2021 was te lezen dat “een herbezinning op het schrijfonderwijs en aansluitende professionalisering dringend nodig is” omdat slechts 73% van het totaal aantal groep 8-leerlingen het minimale niveau schrijfvaardigheid behaalt en slechts 28% het streefniveau. Als een van de redenen wordt in ditzelfde rapport geconcludeerd dat naast het feit dat er weinig prioriteit lijkt te worden gegeven aan schrijfonderwijs, de leerkracht te veel nadruk legt op de eenvoudig te beoordelen aspecten van het schrijven zoals spelling en grammatica.(Inspectie van het onderwijs, 2021, p.66) Al is reeds in 2012 door de Inspectie het belang van schrijfvaardigheid voor de leerlingen vastgesteld (Inspectie van het onderwijs, 2012, p.5) de schrijfvaardigheid is er ten opzichte van 2009 niet of nauwelijks op vooruit gegaan (Kuhlemeier, Van Til, Hemker, De Klijn, & Feenstra, 2013).

Uit het Peilingsonderzoek Schrijfvaardigheid blijkt dat zowel de leerlingen uit het basisonderwijs als ook leerlingen uit het speciaal basisonderwijs beperkt plezier ervaren in het schrijven (inspectie van het onderwijs, 2021, p. 14). In het rapport wordt erkend dat schrijfplezier ervoor kan zorgen dat leerlingen meer gaan schrijven en daardoor hun schrijfvaardigheden gaan verbeteren (Inspectie Onderwijs, p. 9). Ook uit eerder onderzoek is gebleken dat plezier in schrijven van grote invloed is op de mate waarin er geschreven wordt (Janssen, T., & van Weijen, D. (2019)

Dat plezier van belang is bij het bevorderen van een leerproces zal niemand verbazen. Het feit dat er beperkt plezier ervaren wordt is niet iets wat ik als poëziedocent in het po noch in het vo ervaar en ik durf te wedden dat mijn collega kunstvakdocenten van De Schoolschrijver dezelfde mening zijn toegedaan.

Context vind ik ook een heel belangrijk woord in deze discussie. De leerling moet de tekst die die leest binnen een context kunnen plaatsen om er verbinding mee te kunnen maken. Die verbinding zal weer zorgen voor plezier. Michelle van Dijk zegt in haar stuk over het vak Nederlands: “ze bieden vaak elk domein van het vak (lezen, woordenschat, schrijven, etc) in aparte hoofdstukjes aan. De losse brokjes taalles zijn zielloos en doelloos, losgezongen van de context. Veel effectiever is het als de domeinen geïntegreerd worden aangeboden, vakoverstijgend om die kennis uit andere vakken er ook bij te betrekken, in betekenisvolle en prikkelende opdrachten met interactie en feedback” (2024).

Gelukkig is de noodzaak van een nieuwe kijk op taalonderwijs inmiddels op vele fronten ingedaald. De SLO heeft inmiddels nieuwe kerndoelen voor Nederlands geformuleerd. Hoogleraar Vroegmoderne Nederlandse letterkunde Els Stronks maakte afgelopen week bekend dat het Ministerie van OCW haar en haar collega’s subsidie heeft toegekend om Het Schrijflab verder uit te bouwen. Het Nederlands Letterenfonds heeft extra middelen ontvangen van het Ministerie om leesbevorderingsbeleid te ontwikkelen met aandacht voor jongeren. En dan zijn er op lokaal niveau nog allerlei prachtige plannen in ontwikkeling en in uitvoering gaande zoals Maaktaal van Rijnbrink en dus het Voordrachtfestival van De Lindenberg, waarbij jongeren aan de hand van een literaire tekst zelf een kunstzinnige uiting leren maken.

Taal is het enige vak dat gebruikt wordt bij álle overige vakken op álle onderwijsinstellingen op álle denkbare niveaus. Het briest, bruist en gilt van de mogelijkheden. We doen niet alleen onszelf en onze maatschappij, maar vooral ook onze leerlingen zwaar tekort als we het vak eenzijdig blijven aanbieden. Het is al lang tijd om onze kijk op dit vak te verbreden en te verdiepen. Dat werkt alleen als we dat op alle niveaus gaan bewerkstelligen van po niet alleen tot vo maar langs hbo en universiteit. Daarover later meer.

De Lindenberg op school is van plan Het Voordrachtfestival in de toekomst uit te breiden. Wil je op de hoogte blijven van deze plannen, met je school meedoen of op een andere manier hierin samenwerken? Stuur me dan een mailtje: h.koren@delindenberg.com