Over kunsteducatie in drie delen | II

//Over kunsteducatie in drie delen | II

Over kunsteducatie in drie delen | II

In de (voor mij) essentiële eigenschappen/vaardigheden (nieuwsgierigheid, onderzoekend vermogen, de wens te begrijpen, creatiedrang) train ik de kinderen in een serie van vier lessen. Het is razend eenvoudig: we lezen, knippen, zetten al onze zintuigen in, ontdekken, vragen, vogelen van alles uit, vallen stil, kijken af, jatten en denken net zolang tot er iets nieuws ontstaat. Het is het process of becoming; het één ontstaat uit het vorige. De Franse filosoof Gilles Deleuze zegt hierover: the process of “becoming-” is not one of imitation or analogy, it is generative of a new way of being that is a function of influences rather than resemblances. The process is one of removing the element from its original functions and bringing about new ones. Ik zou het willen vertalen als: het proces van ‘worden’ is niet een proces van imitatie of analogie, het genereert een nieuwe manier van zijn die in functie staat van het beïnvloeden in plaats van het overnemen. Het proces verwijdert de oorspronkelijke functies van het element en maakt ruimte voor nieuwe.

Over the process of becoming gelezen hebbende, realiseer ik mij dat vooral dat laatste, het ruimte voor het nieuwe creëren zo interessant is. Omdat we daarmee onszelf kunnen verrassen en wel eens in staat zouden kunnen blijken te zijn tot iets wat we eerder niet wisten. Dat heet groei!

Ik probeer in mijn lessen niet toe te werken naar een eindproduct van de kinderen als bewijs van hun, en daarmee mijn, effectiviteit. Het ‘klooien’, of ‘tinkeren’ is een doelstelling op zich. Het werk dat ik meebreng is aanwezig als derde element, we kunnen ons er allemaal op onze eigen manier toe verhouden en doen dat ook. Ik beoog gelijkheid in de klas en geef om die reden geen antwoord op vragen van de kinderen als: hoe moet het? Is dit goed genoeg? Hoe lang moet het zijn? Maar probeer ze uit te dagen zelf op zoek te gaan naar hun eigen werk als antwoord op hun vragen. Rancière (2008/2015) spreekt van intellectuele gelijkheid. Het idee dat docent en leerling op gelijke voet het onderwerp of het zgn. derde element onderzoeken zonder dat er een juist antwoord vaststaat, spreekt me aan omdat het de leerling sterkt in het zelfvertrouwen en de ruimte tot ontdekking stimuleert.

Ongehoorzaamheid
{ volgens Dikke van Dale 2020}
ongehoorzaam-heidon·ge·hoor·zaam·heidzelfstandig naamwoord • de v • ongehoorzaamheden
1 het ongehoorzaam zijn= ondeugend-heid (1), stoutheid (5)•
opzettelijk gepleegde ongehoorzaamheid is een misdrijf•
burgerlijke ongehoorzaamheid(massaal) politiek protest van de staatsburgers tegen overheidsmaatregelen, zich uitend in demonstraties, stakingen, boycot e.d.
bestuurlijke ongehoorzaamheidweigering van ambtenaren om bep. opdrachten uit te voeren
2 uiting, vorm van ongehoorzaam zijn

 

Maar goed, de directrice belde dus om te zeggen dat het likken aan de schoolmuren niet meer mocht. Er waren ouders geweest die zich hadden beklaagd over de nieuwe poëziejuf. Likken aan de schoolmuur was vies en de kinderen zouden er zeker en vast ziek van worden. Het spreekt voor zich dat we ons dat niet zonder slag of stoot konden laten welgevallen. Iederéén begrijpt dat het likken aan de schoolmuren een essentieel onderdeel is van het dichtproces. Na het verbod op het likken aan de schoolmuren werd het zelfs van nóg groter belang. Immers; nu diende het niet alleen meer het doel van ervaren door te proeven, maar ook van ervaren door ongehoorzaamheid.

Moed en vertrouwen

Met 4 havo ging ik in het voorjaar van 2019 een dag naar het EL-DE Haus in Keulen. In het voormalig Gestapogevang hebben gedurende WOII honderden jongeren gevangen gezeten. Jarenlang. Zonder bezoek te ontvangen. Ophanging vond wekelijks plaats met zeven tegelijk op de binnenplaats.

Het uitstapje was onderdeel van een leertraject dat was uitgezet aan de hand van een door de klas geformuleerde vraag. De vraag wat angst is stond centraal. De jongeren werkten zes weken lang aan het project. Ik bereidde de inhoud van de les niet voor maar las mij in over de geschiedenis van het huis. Ondanks mijn aanwezige kennis, stroomde er niets dan koud bloed door mijn aderen tijdens de rondleiding aldaar. Ik was ontzet. Ook de jongeren waren stil, aangeslagen.

Het huis vertelt het verhaal van hun leeftijdsgenoten. We keken in hun cellen, probeerden de teksten op de muren te ontcijferen en eindigden op de binnenplaats waar een kunstenaar een monument heeft aangebracht dat helemaal bestaat uit spiegels. Daar staan we dan anno 2019, blozend en bruisend van het leven en onszelf van alle kanten aankijkend.

Ik zal de poëzieles die ik daar terplekke gegeven heb, mijn leven niet vergeten. En in de aanloop naar dit essay realiseer ik me dat alles waarover we afgelopen weken hebben gesproken bij kunsteducatieve theorie dáár bij elkaar is gekomen, zonder dat ik me daar op welke manier dan ook van bewust was.

We gingen zitten op de grond en begonnen te schrijven. Eerst in het wilde weg. Er was geen onderscheid tussen docenten, leerlingen of medewerkers van het museum. Iedereen was stil en liet ontstaan wat er op kwam. Het museum als derde element, maar doordat wij in de binnenplaats zaten en bezoekers en medewerkers vanuit alle ramen dit bijzondere schouwspel volgden, waren we er ook onderdeel van geworden en ondertussen ontstond er nieuw werk. ‘Kunst is de publieke ruimte,’ zegt filosoof Onno Zijlstra (2020) en ik begrijp het, want we kunnen het tot ons nemen en zijn vrij op zoek te gaan naar hoe we ons ertoe willen verhouden, en tot de wereld waarin het kunstwerk staat. Maar zo letterlijk als hier heb ik het nooit ervaren.

We zijn lang stil. Er gebeurt niets dan de bewustwording dat we zitten op díe grond vanwaar de lijken zijn weggedragen. Ondertussen zijn daar die spiegels die ons onszelf tonen.

Door |2021-01-19T11:33:38+01:0015 november 2020|0 Reacties

Laat een Reactie achter

Contact

Advies nodig? Laat hier je gegevens achter!

[contact-form-7 404 "Niet gevonden"]