Afgelopen donderdagavond zat er aan tafel bij Eva ene Jonathan Mor, naast hem zijn ghostwriter en journalist van de Telegraaf Silvan Schoonhoven. Jonathan, niet zijn echte naam en duidelijk onherkenbaar gemaakt met neppruik en nepbaard, vertelde in een blikken stem dat hij verschillende redenen had om een boek te schrijven over zijn jaren als spion bij de Mossad.

Verstandig genoeg noemt hij eerst de redenen die mogelijkerwijs wat begrip zullen zaaien; hij wil erkenning voor de offers die hij heeft gebracht in al die jaren dat hij de Mossad diende, hij wil ook zijn familie en vrienden kunnen overtuigen van het feit dat hij echt zinvol werk aan het doen was toen hij weer eens een familiebarbecue miste of zijn vrouw alleen in een restaurant liet zitten maar dan als laatste reden, en hij zegt het zonder al te veel gedoe, geeft hij toe dat hij het ook schreef om financiële redenen.

Eva herhaalt het nog even; om geld te verdienen aan het boek. Ja precies ja, dat bedoelt Jonathan. Om geld te verdienen met het boek dat dus nu goed in beeld naast Eva ligt en dat verschenen is bij dezelfde uitgeverij waar mijn laatste boek verscheen en waar fragmenten van het verslag dat mijn opa schreef over zijn vier jaren in concentratiekamp Sachsenhausen in is opgenomen. Dat boek ja.

Dat kan. Ik snap het verlangen om geld te verdienen met een boek. Ik deel dat verlangen dus met Jonathan. Toch bekruipt mij een koud gevoel.

Eva vraagt Jonathan of hij wroeging heeft van zijn werk bij de Mossad. Jonathan heeft zelf nooit geweld gebruikt. Nee hij heeft geen wroeging. Hij is namelijk al die jaren goed in staat gebleken het grotere plaatje te blijven zien, zo geeft hij aan. Ook van belang is het feit dat hijzelf geen beslissingen genomen heeft maar slechts bevelen uitvoerde die hem door hogere hand waren opgelegd en die ook nog eens waren goedgekeurd door de Prime Ministers Office’.

En dat was het. Ik vraag me af of Eva Eichmann in Jeruzalem van Hannah Arendt heeft gelezen en hang nog even een beetje hijgend voor de buis in de hoop dat ze daar aan refereert. Maar nee, ze zwijgt. Misschien nog iemand in de studio? Vorige week waren er immers ook een paar studenten die ongetwijfeld een hele goede reden om het tafelgesprek te verstoren midden in de uitzending. Maar nee, het blijft stil. We gaan door naar het volgende onderwerp van gesprek.

Dit is de wereld waarin wij vandaag leven. Eenentachtig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog begaat de leider van het volk dat toen het grootste slachtoffer was, nu in alle openheid en in naam van datzelfde volk de grootst mogelijke misdaden tegen de mensheid. En zegt een spion die werkte voor de inlichtingendienst die de wegen vrijmaakt voor al die misdaden tegen de mensheid dat hij niets verkeerd heeft gedaan want hij heeft alleen maar opdrachten uitgevoerd en nooit zelf beslissingen genomen. En dit alles komt voorbij op onze buis, terwijl wij een bammetje eten en ons insmeren met zonnebrandcreme want het voorjaar is begonnen.

Het is wel een wereld waar je cynisch van kunt worden, verzucht mijn lief als ik hem vertel over de uitzending. Dat klopt. Ik doe mijn best om dat niet te worden en vind dat lastig. Het helpt me licht te laten schijnen op ongehoorde verhalen. Verhalen waarvan ik denk dat ze ertoe doen, omdat ze niet vergeten mogen worden. Juist nu niet, om wat er zich voor onze ogen afspeelt.

Daarom werk ik al een jaar aan de podcastserie De kist. Een verhaal over een kist met een inhoud. Ik denk niet dat ik er geld mee ga verdienen.