Ik had me voorgenomen nooit een voet over de drempel van de Primark te zetten. Dagelijks zie ik mensen door de stad lopen met papieren tassen vol goedkope kleding. Van verschillende kanten had ik gehoord hoe hóóg de stapels, hoe véél keuze, hoe weínig geld. Ik kon alleen de conclusie trekken dat alles gemaakt moest zijn door kinderhandjes die vastzaten aan uitgehongerde kinderlijfjes. Weesjes waarschijnlijk, ook dat nog.
Omdat ik het belangrijk vond te checken of mijn oordeel terecht was, struinde ik het internet af op zoek naar feiten over de winkelketen, maar vond vooral schandalen over andere merken. Grote merken. Dure merken, die hun trainingsbroeken dus voor een cent laten vervaardigen om ze voor duizend centen te verkopen.
Het zette me aan het denken maar nog steeds voelde ik enorme weerstand om de Primark binnen te gaan. Ok, misschien kon ik ze niet beschuldigen van kinderarbeid en uitbuiting maar wel van het in de hand werken van hebberigheid.
Ik koop mijn kleren graag tweedehands. Ik houd ervan te struinen en te schumen. Ik mijd graag de drukte en hang nergens liever rond dan in winkeltjes waar niemand komt en waar de eigenaar zo blij is me te zien dat ik meteen een kop koffie krijg. Ze zitten in elke stad. Ik vind er de leukste jurkjes, de tofste schoenen, de coolste jackies.
Deze maandagmorgen was het rustig in Nijmegen. Het bood me de kans om even te slenteren voor ik naar huis moest waar een enorme stapel werk op mijn bureau lag te wachten. Toen ik de Primark passeerde en de winkel verbazingwekkend leeg oogde, overtuigde ik mijzelf van het belang met eigen ogen te zien wat ik graag meed. Ik stapte de winkel binnen.
Inderdaad. Alles was voor niets. Bergen kleding, precies in mijn maat lagen keurig opgestapeld op me te wachten. Knappe juffrouwen boden mij geld aan om zo veel mogelijk mee te nemen. Het weigeren viel mij zwaar. Ineens leek mij aan van alles te ontbreken. Had ik wel voldoende wintertruien? Was het niet verstandiger om nu nog shirtjes voor volgend jaar zomer in te slaan? Zou ik niet sterven zonder herfstjas?
Ik had geen tas bij de ingang gepakt en concentreerde me op de mensen. Het ging goed tot ik de damesafdeling voor nachtgoed op kwam. Daar hing het meest onogenlijke, seksloze, roze huispak dat ik ooit van m’n leven had gezien en ineens leek het mij volkomen onmogelijk ooit nog van een griepvirus te herstellen zonder dat pak.
Het liefst had ik het gestolen om maar niet aan te hoeven sluiten in de rij voor de kassa. Maar stelen heb ik na mijn vijftiende nooit meer gedaan. Toen ik buiten kwam met de duidelijk gevulde papieren tas, schaamde ik mij diep. Nu hoop ik dat ik snel door de griep geveld zal worden, zodat het niet voor niets is geweest.
Laat een Reactie achter