Watou

Home » Watou

Watou

Ik was uitverkoren gebruik te mogen maken van het prachtige Huis van de Dichter in Watou. De oude pastorie dateert van 1841 en is grotendeels nog in originele staat, een beetje naar de huidige tijd getrokken dat wel, met centrale verwarming en overheerlijke, waterbesparende douches.

Het voordeel van het hebben van een heuse uitgever (héb ik hem of zij mij?) is wel precies dat, dat je mee mag doen aan de serieuze zaken. Het Boekenbal kwam ik alleen nog maar binnen aan de hand van mijn lief en eerlijk gezegd zou ik me goed kunnen voorstellen dat we overslaan tegen de tijd ikzelf kaarten krijg, maar aanvragen voor schrijfresidenties of werkbeurzen kan ik tegenwoordig op eigen houtje indienen. Na de aanvraag is het afwachten geblazen. In het geval Schrijfresidentie Watou had ik bingo. Hoezee.

Het huis is enorm; vier slaapkamers, twee badkamers, een riante keuken en een woonkamer en suite, zonder de en suitedeuren. Watou is een klein dorp waar niemand over straat loopt, maar dat zal niet het hele jaar zo zijn. Zeker is dat niet het geval tijdens Het Kunstenfestival gedurende de zomermaanden wat een absolute aanrader is.

Het is hier stil. Hoewel er drie radio’s op de benedenverdieping staan, heb ik tot nog slechts geluisterd naar de wind, mijzelf en de hond die praat in haar slaap.

Ik leg hier de één na laatste hand aan mijn nieuwe bundel, die op 24 mei zal verschijnen bij Uitgeverij Vrijdag. Voor de bundel verdiep ik mij o.a. in de vraag: wie ben ik als niemand kijkt? Met andere woorden; hoeveel van wat we doen, doen we omdat we ons ervan bewust zijn dat een wereld mee kijkt, of mee kan kijken?

Het komt me dus prima uit dat er geen mens loopt door de straten van Watou, ik waan mij hier alleen. Het gevolg is dat ik al drie dagen in een joggingbroek rondsjouw, niet de moeite neem mij op te maken noch mijn haar te doen, dat ik heel gezond en geregeld eet en niet drink en dat ik ’s avonds, wanneer ik met de hond het laatste rondje loop, dan tóch weer een beetje bang kan zijn. Iets waarvan ik dacht dat ik daar nu wel eens overheen gegroeid zou zijn. Het bang zijn heeft eigenlijk niets te maken met het besef dat ik alleen ben. Het wordt aangewakkerd door de gedachte dat ik misschien toch níet alleen ben. Dat in combinatie met het feit dat het huis exact tussen twee begraafplaatsen inligt, maakt toch dat ik liever een verkort wandelingetje met hondlief maak ’s avonds wanneer het donker is. Maar de hond is zelf ook een beetje bang in het donker en iedere keer als zij haar billen op het gras drukt om te gaan plassen en er klinkt weer een raas van de wind of een kraak vanuit de begraafplaats, schrikt ze zo hard dat ze haar plas weer terugtrekt en we minstens tien minuten verder moeten sjouwen voor ze het opnieuw durft te proberen.

Ik heb de bundel zojuist naar mijn redacteur gestuurd die er eerdaags met de rode pen doorheen zal gaan. Aan het einde van de middag zal ik het huis een vlotte schoonmaakbeurt geven, mijn spullen in de auto smijten en de zware houten deur achter me dichttrekken. Alleen zijn is niet altijd aantrekkelijk, maar het is iedereen aan te raden, niet alleen schrijvers, niet alleen om jezelf te horen denken of de hond af te luisteren maar om zo nu en dan weer even te herontdekken wie je ook weer bent, als niemand kijkt.

Door |2020-03-12T15:03:26+00:0012 maart 2020|0 Reacties

Laat een Reactie achter

Contact

Advies nodig? Laat hier je gegevens achter!